The curious case of Bas Dost

Bas Dost heeft aangegeven te stoppen bij het Nederlands elftal. Het huwelijk tussen hem en Oranje was nooit gelukkig, en nu heeft hij er officieel een einde aan gemaakt. De spits van Sporting Lissabon is misschien wel de beste afmaker die Nederland ooit heeft gezien. Hij is de enige speler die de afgelopen twee seizoenen ook maar enigszins in de buurt kwam van Cristiano Ronaldo en Lionel Messi met betrekking tot doelpunten. Hoe kan het toch zijn dat hij nooit de onbetwiste nummer negen van het Nederlands elftal is geweest?

 

In de Portugese Liga NOS scoort Bas Dost dit seizoen een ongelooflijk gemiddelde van 1,01 goals per 90 minuten. Alleen Mohamed Salah doet dit momenteel in de top-5 competities beter (1,04). Dost was vorig seizoen zo mogelijk nog productiever, met een duizelingwekkend gemiddelde van 1,13 goals per wedstrijd. In het Nederlands elftal heeft hij echter slechts 18 wedstrijden (waarvan 4 in de basis) en maar een goal achter zijn naam staan. Waarom kan hij niet renderen in het Nederlands elftal?

Bas Dost is een typische afmaker. Hij doet niet of nauwelijks actief mee in de opbouw, maar hij wacht en hij loert op dat ene moment. En wanneer hij zijn moment heeft, mist hij zelden. Hij scoort met ongeveer de helft van zijn schoten dit seizoen (2,2 schoten per wedstrijd). Zijn minimale inbreng in de opbouw is mooi geïllustreerd door het gemiddelde aantal passes dat hij per wedstrijd verstuurt: 18.

Dit soort spits kan heel bruikbaar zijn, maar hij moet wel een team om zich heen hebben
wat op hem ingesteld is. Een team dat hem de vrijheid geeft om rond te zwerven, op zoek naar ruimtes van waaruit hij kan toeslaan. Met Sporting Lissabon is dit het geval voor Bas Dost. Vaak genoeg positioneert hij zich ver weg van de bal, in de rug van de verste centrale verdediger, soms zelfs in buitenspelpositie. Dan is hij altijd klaar voor een eventuele hoge of teruggetrokken voorzet. Een bizarre statistiek ging rond na zijn goal afgelopen weekend tegen Belenenses: dat was de eerste goal sinds maart 2017 waar hij de bal eerst aannam voor hij schoot. Tussen die twee goals had hij 45 (!) keer gescoord met één aanraking! Dat is de soort spots die Bas Dost is. Z’n teamgenoten laten voetballen, terwijl hij zich ideaal positioneert om de voorzet erin te koppen of tikken.

Dost kan bij zijn club zo spelen omdat hij in een dominant team speelt. Sporting Lissabon is een van de drie grote clubs in Portugal, met een vrij groot gat in kwaliteit tussen hen en de rest van de competitie. Ze hebben vaak maar negen veldspelers nodig om de kansen te creëren, omdat ze technisch en tactisch beter zijn dan veel van hun tegenstanders. En de spelers om Dost heen bij de Portugese club zijn ook perfect geschikt om hem in stelling te brengen. De twee buitenspelers, Gelson Martins en Marcos Acuña, blijven vaak breed staan om van daaruit een voorzet te geven op Dost of om ruimte te bieden voor een diepterun die vervolgens een teruggetrokken voorzet kan geven, op Dost natuurlijk. Ook de aanvallende middenvelder loopt vaak diep om de verdediging uit balans te brengen, waarna Dost kan toeslaan.

Dit bovenstaande is niet of nauwelijks het geval in het huidige Nederlands elftal. In een andere tijd had Dost wellicht perfect in het systeem gepast, maar tegenwoordig is Nederland een stuk minder dominant dan vroeger. Oranje heeft een spits nodig die helpt in de opbouw, kan fungeren als aanspeelpunt en vervolgens het spel verlegt. In de 0-1 verliespartij tegen Engeland afgelopen maand begon Dost in de basis. Na 66 minuten werd hij gewisseld, met 16 passes achter zijn naam, waarvan er één de aftrap was na de 0-1. In de 0-3 winst tegen Portugal een paar dagen later kreeg Ryan Babel de voorkeur in de spits. Hij eindigde de wedstrijd met 31 passes in 84 minuten. Hij was constant aanspeelbaar en kaatste de bal naar een medespeler om vervolgens met zijn snelheid weer diepte te creëren.

En de spelers om hem heen zijn ook niet ideaal voor Dost. Waar hij in Lissabon twee buitenspelers om zich heen heeft die graag een voorzet geven, kappen de meeste moderne Nederlandse flankspelers liever naar binnen om vanuit daar gevaarlijk te worden. Dan hebben Memphis Depay, Quincy Promes, Steven Berghuis en Justin Kluivert een spits nodig die kan combineren in de kleine ruimte, een niet een pure afmaker. Ook heeft het Nederlands elftal geen echte ‘nummer 10’ meer, nu Wesley Sneijder ook gestopt is. Iemand die altijd op zoek is naar de steekpass, of zelf diep gaat om gevaar te stichten met een teruggetrokken voorzet. Misschien had Guus Til in die Bruno Fernandez/Wesley Sneijder-rol kunnen groeien om Bas Dost te assisteren, maar daar is het nu te laat voor.

Hoewel het de juiste beslissing zou kunnen zijn voor Dost zelf en voor het Nederlands elftal om ermee te stoppen, zal niemand twijfelen aan zijn geweldige kwaliteiten als afmaker. Zijn gevoel voor positionering en de timing van zijn loopacties zijn fantastisch. In een andere generatie, of als hij in een ander land geboren was, had hij zomaar topscorer van een nationaal team kunnen zijn. Maar hij is geboren in Nederland, in 1989. Het zal een moeilijke beslissing van Bas Dost zijn geweest, maar hij heeft zich gerealiseerd dat hij in dit land, met deze generatie spelers, nooit de eerste spits van Oranje zal zijn.