Tactisch bewustzijn creëren

sep 26, 2017 | Tactiek

In de vorige blog hebben we besproken wat tactiek in zijn volledigheid precies inhoudt. Ook hebben we het verschil tussen tactiek op teamniveau en tactiek op individueel niveau laten zien door middel van wat voorbeelden. Een van de conclusies van dat stuk was dat spelers zich constant bewust moeten zijn van de situaties die zich om hen heen ontwikkelen. Als ze dat niet zijn, zullen spelers hun acties baseren op hun intuïtie. Die intuïtie kan weliswaar goed zijn, maar je acties daarop baseren kan ook leiden tot fouten die voorkomen hadden kunnen worden. Hoe kunnen we dat bewustzijn creëren en ontwikkelen in spelers? Welke stappen kunnen we nemen om tactisch competent te worden?

In de meeste jeugdopleidingen zullen jonge spelers nooit consequent individuele tactische feedback krijgen, simpelweg door het gebrek aan tijd en personeel dat nodig is om één-op-één instructies te leveren aan de talenten. Tactiek op teamniveau wordt uitvoerig besproken, maar de individuele tactiek zullen ze impliciet leren. Impliciet leren is het leren van complexe informatie zonder dat je je er van bewust bent wat je hebt geleerd. Dit is precies hoe de meeste spelers leren over individuele tactiek. Spelers leren tactiek vooral door vallen en opstaan, en zijn zich vaak niet bewust van de situaties waar ze in zaten op dat moment. Daarom baseren ze hun tactische acties op het veld vaak op intuïtie. Ze zijn zich gewoonweg niet bewust van de situaties om zich heen.

Dit brengt ons bij de vier leerfases. De eerste fase van een bewust leerproces is Onbewust Onbekwaam. Deze fase is van toepassing op spelers die hun acties puur op intuïtie maken. Dit betekent echter niet dat de speler per se onbekwaam is, maar dat hij simpelweg niet weet wanneer, hoe en waarom hij een bepaalde actie moet ondernemen. Als hij zich een paar keer in dezelfde situatie bevindt en hij steeds een andere actie maakt, zit hij in deze fase. De eerste en misschien wel de moeilijkste stap in het proces voor een speler is zijn eigen incompetentie erkennen. Hoe lang dit duurt is afhankelijk van de wil om te leren en zich te verbeteren.

Zodra de speler tegen zichzelf toegeeft dat hij onbekwaam is in dit aspect, gaat hij naar de volgende fase: Bewust Onbekwaam. Ook al weet hij misschien nog niet precies wanneer, hoe en waarom hij een bepaalde actie moet maken, hij heeft wél door dat hij het niet weet. En dat is belangrijk. Wanneer je door hebt dat je iets niet begrijpt, wil je het zo snel mogelijk wel begrijpen; zeker als het je prestatie op het veld verbetert. Deze fase kan wel gepaard gaan met het maken van fouten. Ook al maakt de speler niet meer fouten dan eerst, hij heeft nu wel door dat hij de fouten maakt. Omdat hij dit doorheeft, zal hij zo snel mogelijk willen verbeteren om minder fouten te maken.

De duur van die tweede fase is moeilijk te voorspellen. Veel factoren spelen daarin mee, onder andere de intelligentie van de speler en de wil om te leren. Zodra de speler de situatie begrijpt en de juiste actie ook maakt, gaat hij naar fase 3. Deze fase heet: Bewust Bekwaam. De speler weet nu wat hij moet doen, wanneer hij het moet doen, en waarom hij het moet doen. Alleen vergt het nog wel veel concentratie om constant bewust te zijn van de situaties om hem heen. Zo lang de speler zich blijft concentreren en zich bewust blijft van wat hij aan het doen is, gaat het op een gegeven moment automatisch. De speler is nu bij de gewenste fase gekomen: Onbewust Bekwaam. Hij is zich constant bewust van de situatie en zal iedere keer de juiste actie maken. De actie is een onderdeel van zijn skill-set geworden. Hij zal de actie kunnen maken zonder er te veel over na te hoeven denken.

Het moge duidelijk zijn dat het creëren van tactisch bewustzijn niet zo makkelijk is. Het kost veel tijd en moeite om onbewust bekwaam te worden. Maar aan het einde van het proces kan de speler iedere keer de juiste actie op het juiste moment maken. Zonder dat hij er over na hoeft te denken, is hij zich bewust van de situatie en zal hij de goede keuze maken.

Geschreven door: Mats de Leeuw den Bouter.