Aanvallende intuïtie

“Verdedigers moeten betrouwbaar zijn, aanvallers moeten onvoorspelbaar zijn” is het bekende stereotype. Het eerste deel is zeker waar, aangezien één foutje van een verdediger kan leiden tot een kans voor de tegenstander. Daarom geloven veel mensen dat video-analyse waardevoller is voor verdedigers dan voor aanvallers. Alles moet er aan gedaan worden om de kans op dat ene foutje te minimaliseren. En video-analyse helpt zeker in dat aspect. Misschien is het geen wonder dat veel van onze klanten verdedigers of verdedigende middenvelders zijn. Maar als video-analyse verdedigers kan helpen om betrouwbaarder te worden, kan het aanvallers dan niet ook helpen onvoorspelbaarder te worden?

Vooral vleugelaanvallers zijn vaak intuïtieve spelers. Niet te veel nadenken, gewoon doen. Dit kan werken aan het begin van je carrière, of als je net getransfereerd bent naar een nieuwe competitie. Maar jonge, getalenteerde buitenspelers komen vaak in een dalletje na de eerste doorbraak, waardoor het lijkt dat hun intuïtie ze in de steek heeft gelaten. Logischer is het dat hun intuïtie gewoon voorspelbaar is geworden, nu verdedigers weten wat hij kan en vaak doet.

De intuïtie die ze ooit zo onvoorspelbaar maakte, maakt ze nu juist het enige wat een aanvaller niet moet zijn: voorspelbaar. Als de buitenspeler een goede dribbelaar is, zal hij vaak de bal in zijn voeten vragen, en van daaruit proberen een 1v1 op te zoeken en zijn man voorbij te gaan. Als hij hier vaak succesvol mee is, zullen tegenstanders dit op termijn doorkrijgen, en hem op afstand houden of dubbel dekken. Als hij dan niet meer succesvol is, zal de speler (en de media, waarschijnlijk) denken dat zijn intuïtie weg is, terwijl zijn intuïtie juist voorspelbaar is geworden.

Elke situatie is namelijk anders, en er is niet één actie die in elke situatie de goede is. Bijvoorbeeld: als de buitenspeler doorheeft dat hij iedere keer dubbele dekking heeft als hij de bal krijgt, is het niet verstandig om de dribbel op te zoeken (tenzij hij Neymar is). Afhankelijk van de posities van zijn teamgenoten en de tegenstanders in relatie tot de bal, moet hij de juiste beslissing nemen. Dit kan meerdere dingen zijn. Hij kan de bal afleggen naar een middenvelder en zelf diep lopen om ruimte te creëren. Hij kan de verdedigers uit hun positie lokken door ze op te zoeken en vervolgens de bal diep geven op een overlappende back. Of hij kan de bal crossen naar de andere kant van het veld. Aangezien hij dubbel gedekt is, moet er ergens anders wel een overtal zijn.

Met video-analyse kan hij leren deze situaties te herkennen. Door de buitenspeler herhaaldelijk te laten zien welke situaties er voorkwamen en wat hij daarin goed deed of anders had kunnen doen, zal hij de situaties uiteindelijk in de wedstrijd gaan herkennen. Als de vleugelaanvaller zijn situatie herkent en de verschillende opties weet, zal hij (hopelijk) de beste actie maken, en daarmee zijn onvoorspelbaarheid terugkrijgen. Ook zal hij leren hoe hij de randvoorwaarden kan creëren om bepaalde situaties uit te lokken. Hoe hij beweegt en zich positioneert voordat hij de bal ontvangt kan het verschil maken tussen in een 1v1 komen en in de dubbele dekking staan.

En niet alleen de aanvallende fundamentals kunnen getraind worden met video-analyse, ook de verdedigende. Moderne aanvallers zijn namelijk niet alleen maar aanvallers meer. Ze hebben ook belangrijke rollen in de verdedigende fases van het spel. Wie te dekken, wanneer druk te zetten, en waar te staan in verschillende situaties is ook uitstekend te trainen met video-analyse, net zoals bij verdedigers.

Dus de aanvallende én de verdedigende aspecten van het spel van een aanvaller kunnen verbeterd worden met video-analyse. Video-analyse haalt niet de intuïtie bij een aanvaller weg, het voegt juist toe aan die intuïtie. Als de aanvaller meerdere opties kent, bepaalt zijn intuïtie nog steeds welke actie hij gaat ondernemen. Alleen weten de verdedigers het nu niet. Hij is weer onvoorspelbaar.